Werk en zwangerschap

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

  • De vrouwelijke werknemer heeft in verband met haar zwangerschap en bevalling recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof.
  • Het zwangerschaps- en bevallingsverlof bestaat in totaliteit uit 16 weken, waarvan tussen 4 en 6 weken voorafgaand aan de bevalling en 10 tot 12 weken na de bevalling.
  • Recht op zwangerschapsverlof bestaat vanaf 6 weken voor de dag van de vermoedelijk uitgerekende datum van bevalling, tot en met de dag van de bevalling. Het zwangerschapsverlof gaat in uiterlijk 4 weken voor de dag van de vermoedelijke datum van bevalling. De werknemer kiest zelf hoelang voor de bevalling zij verlof opneemt.
  • Bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt 10 aaneengesloten weken (of meer als de werkneemster minder dan 6 weken van tevoren verlof had opgenomen), vermeerderd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof korter heeft geduurd (dit geldt dus als het kind eerder is geboren dan de vermoedelijke bevallingsdatum).

Melden zwangerschap en verlof
Je hebt wettelijk de plicht om uiterlijk 3 maanden voor de bevalling aan je werkgever te melden dat je zwanger bent. Hij heeft dan nog tijd om een uitkering aan te vragen en vervanging te regelen. Soms is vroegtijdig melden verstandig. Werkgevers zijn verplicht je binnen 2 weken na melding voor te lichten over de risico’s voor jouw werk.

Uiterlijk 3 weken van te voren ben je verplicht om aan te geven wanneer je je zwangerschapsverlof in wilt laten gaan. Dat is heel kort om nog een goede vervanging te regelen. Als je al eerder weet wanneer je wilt stoppen, meldt dat dan zo snel mogelijk.

Zwangerschapsonderzoeken
Voor een bezoek aan een medicus in verband met je zwangerschap (hierbij kan je denken aan bijvoorbeeld de verloskundige, de gynaecoloog of fysiotherapeut) hoort de werkgever je daarvoor de mogelijkheid te geven. In de wet is namelijk geregeld dat de werkgever de zwangere werkneemster in de gelegenheid stelt om de noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken te ondergaan. Zij behoudt daarbij haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon, indien zij door het bedoelde zwangerschapsonderzoek verhinderd is haar werk te doen. Weigert de werkgever je loont door te betalen, of ontstaat er een ander conflict, neem dan contact op met de vakbond waar je lid van bent.

http://www.rivm.nl/Onderwerpen/Z/Zwangerschap_en_werk 

Ziek tijdens de zwangerschap
Mocht je tijdens je zwangerschap ziek worden, dan kun je dat op de gebruikelijke wijze melden. Houdt je ziekte verband met je zwangerschap, bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk of bekkeninstabiliteit, dan hoor je dat te melden bij je werkgever. Hij kan dan een uitkering aanvragen om vervanging te bekostigen. Jij behoudt dan gewoon je salaris. Ontvang je een WW- of WAO-uitkering dan moet je je ziek melden bij het UWV.

Ziek tijdens zwangerschapsverlof
Als je minder dan zes weken zwangerschapsverlof wilt opnemen voor de bevalling, maar door ziekte niet kan werken, dan gaan die ziektedagen van je zwangerschapsverlof af (ze tellen mee als verlofdagen). Ook als je ziekte niets met je zwangerschap te maken heeft.

Zelfstandigen zonder personeel
Voor mensen die werken als zelfstandig ondernemer is geen algemene regeling van overheidswegen die een inkomen tijdens de zwangerschap biedt. Als zelfstandige zul je zelf voor een inkomen moeten zorgen tijdens je zwangerschapsverlof of daarvoor een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten. Verzekeringsmaatschappijen hanteren echter een “wachttijd” van 2 jaar voordat zij tot uitkering overgaan tijdens je bevallingsverlof. FNV Zelfstandige Bondgenoten biedt haar leden – via twee geselecteerde verzekeringsmaatschappijen – de mogelijkheid om de bevallingsuitkering te regelen via een arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder de 2 jaar wachttijd.

Tijdelijk contract
Als je zwangerschap doorloopt in de periode van het bevallings- en zwangerschapsverlof, dan loopt het contract gewoon af. Je krijgt wel doorbetaald over de hele 16 weken verlof. Volgt er geen verlenging van het contract, dan kun je WW aanvragen. Als de werkgever je in een eerder stadium een contractverlenging heeft toegezegd (schriftelijk of mondeling), dan mag hij daar niet zomaar op terugkomen. Gebeurt dat toch, dan kun je altijd de bond inschakelen voor juridisch advies.

Kraamverlof
Kraamverlof is recht op verlof dat je als partner hebt na de geboorte van je kind. Dat wil zeggen het aantal dagen dat je vrij bent van je werk. Ook wanneer de partners niet samenwonen, maar de partner het kind wel heeft erkend, bestaat het recht op kraamverlof. De partner vindt in de CAO die op hem of haar van toepassing is het aantal dagen kraamverlof waar hij recht op heeft. Is er in de CAO niets of niet alles vastgesteld, dan kan je bij de werkgever nog navragen of er een afspraak is gemaakt tussen de werkgever en de ondernemingsraad over het verlof.

Is er nog in de CAO, nog in een personeelsregeling een afspraak gemaakt over het aantal dagen kraamverlof, dan geldt de Wet Arbeid en Zorg en die regelt;

  • Kraamverlof geldt voor de partner (ook als die niet op hetzelfde aders woont, maar de partner wel het kind heeft erkend), twee werkdagen gedurende een tijdvak van vier weken op te nemen, met behoud van loon (exclusief onkostenvergoedingen).
  • Recht op verlof vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont.
  • De werkgever mag het kraamverlof niet van het vakantietegoed aftrekken.
  • Het bijwonen van de bevalling valt onder calamiteitenverlof.

Pas op: Het kan zijn dat in de CAO of in de afspraak tussen de ondernemingsraad en de werkgever afwijkingen zijn ten opzichte van de wet. De afwijking (negatief of positief) geldt. Dat wil zeggen: eerst geldt de CAO of personeelsregeling en daarna pas de wet.

Ouderschapsverlof

klik hier voor meer informatie.

Als ouders heb je allebei recht op ouderschapsverlof, als je:

  • Minstens 1 jaar in dienst bent bij de werkgever;
  • Een familierechtelijke betrekking hebt tot het kind of;
  • Een blijvende verzorgende rol hebt en op hetzelfde aders woont als het kind.

Leeftijd van het kind
Voor elk kind tot acht jaar kan je 1 keer ouderschapsverlof opnemen. Controleer wel even de afspraak in de CAO waar jij ondervalt, het kan zijn dat er is afgesproken dat de leeftijd van het kind anders is, bijvoorbeeld opname voor ieder kind tot 4 jaar (ipv 8 jaar)

Meerlingen
Voor meerlingen is er voor ieder kind apart recht op ouderschapsverlof.

Duur van het verlof
Het verlof bedraagt 13 maal de wekelijkse arbeidsduur. Er bestaat een recht het verlof gedurende een half jaar op te nemen; dat komt dus neer op een half jaar werken op basis van 50%. Dit is de standaardinvulling. Die mag door de werkgever niet geweigerd worden. Het is ook mogelijk het verlof uit te smeren over een langere periode of in te dikken tot een kortere periode. De werkgever heeft in dit geval wel de mogelijkheid, op grond van zwaarwegende bezwaren, hier niet mee in te stemmen.

Inkomen tijdens ouderschapsverlof
Wettelijk is het niet geregeld dat ouderschapsverlof betaald is. Wel kan er een afspraak in de CAO staan waarin geregeld is dat je recht hebt op een gedeeltelijke betaling van het verlof. Of dit is in het personeelsreglement geregeld. Kijk het in ieder geval goed na. Met geld uit de levensloopregeling (als je daaraan hebt deelgenomen) kan je zorgen voor een aanvulling op je inkomen.

Het aanvragen van ouderschapsverlof
Als werknemer vraag je schriftelijk aan om gebruik te maken van het ouderschapsverlof. Deze aanvraag doe je minstens 2 maanden voor de ingangsdatum. Daarnaast geef je aan wat de periode van het verlof zal zijn, het aantal uren per week, de gewenste spreiding van de verlofuren over de week. Veel aanstaande moeders nemen aansluitend aan hun zwangerschaps- en bevallingsverlof het ouderschapsverlof op. Het is raadzaam om bij het vermelden van de startdatum van het verlof aan te geven dat het aansluitend aan het zwangerschapsverlof opgenomen zal worden. Een specifieke datum noemen in de aanvraag is niet raadzaam, omdat je nog niet weet op welke datum je kind geboren wordt. Je kunt dan ook niet met zekerheid aangeven wat de laatste dat van het zwangerschapsverlof zal zijn. En er is nog het risico dat je ziek wordt waardoor je niet aan de slag kunt.

Ouderschapsverlof en je dienstverband
Bij de opname van het ouderschapsverlof blijft je dienstverband ongewijzigd. De opname van het ouderschapsverlof is een tijdelijke periode van ontbetaald of gedeeltelijk verlof. Daarnaast geldt dat je ziektekostenverzekering blijft zoals voor en na het ouderschapsverlof. Mocht je onverhoopt tijdens je verlof in een uitkeringssituatie terechtkomen, dan geldt dat een eventuele WW of WAO op basis van het normale (in de arbeidsovereenkomst vastgelegde) aantal uren wordt vastgesteld.

Kolven op de werkplek
In de Arbeidstijdenwet is geregeld dat je als werknemer recht hebt op het zogen van je kind of het kolven van moedermelk.
De wettekst luidt als volgt (Arbeidstijdenwet, voedingsrecht, art 4:8)

  1. Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste negen levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking.
  2. De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever.
  3. De duur van de onderbrekingen, bedoeld in artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.
  4. Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel is nietig.

Bron: FNV Bondgenoten

Nuttige links